1

Welke betekenis(sen) heeft de zin?

Let op: In deze opdrachten hebben de zinnen een dubbele betekenis (homoniemen)! Vink de twee juiste betekenissen aan. EÊn antwoord is telkens fout.

De bank is gisteren groen geverfd.

Zij pakte de muis snel van het bureau af.

De vorst heeft in de winter veel schade aangericht.

Het kussen in de slaapkamer is erg zacht.

De piloot kijkt naar de vlieger.

đŸ•ĩī¸
2

Wat is de betekenis van het dikgedrukte woord?

Kies de betekenis die het beste in de zin past.

De politie heeft de bekende bankrover gearresteerd.

Het is op deze school strikt verboden om in de gangen te rennen.

De burgemeester hield een lange toespraak op het plein.

Mijn kleine broertje is erg nieuwsgierig en opent al mijn post.

We moeten proberen dit moeilijke raadsel samen op te lossen.

3

Voltooid deelwoord als bijvoeglijk naamwoord

Typ het woord uit de zin dat een bijvoeglijk gebruikt voltooid deelwoord is. Let goed op welk woord iets zegt over een zelfstandig naamwoord!

De vers gebakken taart ruikt heerlijk door het hele huis.

We brengen het gevonden geld direct naar de politie.

Meester Jan deelt het vertaalde boek uit in de klas.

De zwaar geblesseerde speler moest huilend het veld verlaten.

Op tafel ligt nog een onhandig geschreven briefje.

De snel gesmolten sneeuw zorgde helaas voor grote plassen.

Het gestolen schilderij is gisteren gelukkig weer opgedoken.

4

Telwoorden en rangtelwoorden

"Ik ben als eerste aan de beurt voor de twee spelletjes."

"In de klas zitten achtentwintig kinderen, en ik zit op de derde rij."

Geef per onderstreept woord aan of het een hoofdtelwoord of rangtelwoord is.

5

Stoffelijk bijvoeglijk naamwoord

Typ het stoffelijk bijvoeglijk naamwoord uit de zin. Let op, zoek het woord dat aangeeft waarvan iets is gemaakt.

De sterke ridder droeg een zwaar ijzeren schild op zijn rug.

Mijn lieve oma drinkt thee uit een breekbaar porseleinen kopje.

Tijdens de koude wandeling droeg ze een warme wollen trui.

Het kleurrijke houten speelgoed staat mooi op de witte kast.

We liepen voorzichtig over de gladde marmeren vloer in de hal.

Heb jij die dure gouden ring van de koningin gezien?

De nieuwe deuren in de woonkamer hebben grote glazen ruiten.